Aanwinsten - april 2007

De Nederlandse Arbeidsdienst

De Arbeidsdienst was opgericht als nationaal-socialistisch vormingsinstituut voor Nederlandse jongeren. De Arbeidsinzet had de tewerkstelling van Nederlandse arbeiders in Duitsland tot doel.

Opbouwdienst, de voorganger van de Arbeidsdienst.
In Duitsland richtten vanaf 1933 de machthebbers hun pijlen onder andere op de jeugd en jong volwassenen, die voor het nationaal-socialisme gewonnen moesten worden. Zo konden mannen en vrouwen tussen hun 18e en 25e jaar verplicht worden een halfjaar dienst te nemen in de Reichsarbeitsdienst. Na de capitulatie van Nederland wilden de Duitsers ook in Nederland een verplichte Arbeidsdienst instellen. De Arbeidsdienst werd door hen gezien als een instrument om het Nederlandse volk op nationaal-socialistische basis op te voeden. Rijkscommissaris A. Seyss-Inquart en Generalkommissar F. Schmidt waren verantwoordelijk voor de invoering van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD). Zij wilden deze op nationaal-socialistische beginselen geschoeide Arbeidsdienst geleidelijk invoeren. Plotselinge confrontatie met de verplichte Arbeidsdienst zou immers bij de Nederlandse bevolking weerstand kunnen oproepen. Seyss-Inquart en Schmidt grepen de demobilisatie van het Nederlandse leger aan om een overgangsfase, in de vorm van de Opbouwdienst, te creëren. Door de Duitse bezetter werd benadrukt dat de Opbouwdienst geen Arbeidsdienst was zoals die in Duitsland bestond, maar een voorziening voor een overgangstijd. Deze voorziening diende gezien te worden als een niet-militaire instelling van de Nederlandse staat. Doel was om de rest van de Nederlandse krijgsmacht naar de burgermaatschappij over te brengen' om de werkloze soldaat te helpen zijn krachten aan de wederopbouw van zijn land te wijden'. De bezetter had echter van het begin af aan de bedoeling om de Opbouwdienst in een later stadium tot Arbeidsdienst te transformeren.
Op 15 juli 1940 trad de Opbouwdienst in werking. Door de Duitsers werd de legerofficier Jacob Nicolaas Breunese aangesteld als commandant. Leden van de Opbouwdienst zouden gaan werken aan het soort objecten dat in Duitsland door de Reichsarbeitsdienst ter hand werd genomen: ontginning, wegenaanleg en drainage. Zang en sport kregen veel aandacht. De leiding van de Opbouwdienst beschouwde deze dienst als een opvoedingsinstituut voor het Nederlandse volk en als een - wellicht tijdelijke -vervanging van het leger en de dienstplicht.

De oprichting van de Nederlandse Arbeidsdienst

De omzetting van de Opbouwdienst in de Arbeidsdienst werd al in oktober 1940 voorbereid door het ontslag van alle manschappen, ouder dan 25 jaar, en alle onderofficieren, ouder dan 35 jaar, uit het leger. De helft van hen werd ondergebracht bij de gemeentelijke luchtbeschermingsdiensten. Anderen, ongeveer 1500 man, werden bij politie en brandweer onder gebracht. Ongeveer 3000 kaderleden en 17.000 manschappen zijn overgegaan naar de Arbeidsdienst.
De Arbeidsdienst werd door Seyss-Inquart ingesteld. Pas op 23 mei 1941 werd de Arbeidsdienstverordening van Seyss-Inquart gepubliceerd in het Duitse Verordeningenblad.

Bij de oprichting van de Arbeidsdienst werd Breunese tot waarnemend commandant aangesteld. Hij stond onder toezicht van een hoge functionaris van de Reichsarbeitsdienst, General Arbeitsführer Bethmann. Op 1 augustus 1941 nam hij ontslag. Als opvolger werd luitenant-kolonel L.A.C. de Bock aangesteld.
De werkzaamheden die de Nederlandse Arbeidsdienst moest uitvoeren bestond naast marcheren en exerceren uit werken voor o.a. wegenbouw, bosbouw en grondbewerking. Graven van sloten, ophogen van dijken etc. Hiervan is echter weinig van terecht gekomen. De werkzaamheden ‘beperkten’zich tot het ontginnen van heidegebieden en het rooien van aardappels voor de voedselvoorziening.

De zangbundel van N.A.D.
Er werd in de arbeidskampen grote waarde gehecht aan de gemeenschapzang, want dat zou immers de onderlinge band versterken. Naast de gemeenschappelijke arbeid en het marcheren in gesloten gelederen is het zingen het sterkste gemeenschapsbeleven in de Nederlandsche Arbeidsdienst, aldus de leiding. De samengestelde zangbundel, die in totaal 119 liederen bevatte, verdeeld over acht rubrieken. De meeste waren gewone oud Nederlandse volksliederen, maar daarnaast was er ook een aantal bij waarin de lof van de Arbeidsdienst werd bezongen. Achter in de bundel waren als aanvulling een vijftal verzen opgenomen die door de Reichsarbeidsdienst werden bezongen. Op een enkele na ademden deze verzen de geest van het nationaal socialisme uit.

Bron: Nationaal archief en Internet: http://members.home.nl/aniewold/

Zie ook: